En toen werd het beter

Het gaat slecht. 
Het gaat beter.
Het gaat goed.

Het gaat terug slecht.
Het was beter.
Waarom gaat het niet meer goed?

Dit is niet enkel een weergave van een innerlijke dialoog. Als een evaluatiesysteem dat we hanteren voor ons eigen gemoed. Het is ook hoe we met elkaar in interactie treden. 'Voelt het al beter?'

'Het' kan werkelijk alles omvatten. Angst, kwaadheid, onzekerheid, relatieproblemen, fysieke pijn, minderwaardigheid, energietekorten, verdriet,... Zaken waar we last van hebben. Die ons, of ons functioneren op een of andere manier grondig verstoren. 

Soms zoeken we hulp. Om minder angstig te zijn, minder snel kwaad, minder onzeker, of om net meer zelfvertrouwen te hebben, meer rust, meer energie,... We streven naar iets. Een beter voelen, of zelfs een beter zijn. En godzijdank, bezitten we de mogelijkheid om te groeien, onszelf aan te passen, bij te sturen. Om te herstellen van een periode waarin we angstiger waren, kwader, onzekerder, vermoeider, verdrietiger,... 

En toen werd het beter

En toch is vaak één van de meest uitdagende momenten in een groeiproces, net het moment waarop het beter gaat. We zijn er, na een korte of langere periode (vanaf). Waarschijnlijk hebben we dan al ontzettend hard gewerkt. En toch moet het moeilijkste nog komen. Want het beter waar we zo graag naar streven, is vaak niet meer dan een veroordeling van het oude. Nu is het goed, toen was het slecht. 

En deze veroordeling is het best op te merken wanneer 'het' terugkomt. Het onvermijdelijke moment waarop het oude zich in alle glorie opnieuw aan ons presenteert. Die intense kwaadheid is terug, de onrust is terug, de conflicten zijn terug, de onzekerheid is terug, de pijn is terug. 'Het' is terug. En de confrontatie met dit weerzien kan bikkelhard zijn. Het hele 'beter' lijkt als een kaartenhuisje in elkaar te zakken. 

Dit is het moment waarop sommigen opgeven. 'Ik heb gedaan wat ik kon, maar het lukt me toch niet.' Ze leggen zich erbij neer dat het nu eenmaal zo is, dat ze nu eenmaal zo zijn. Anderen gaan net harder werken. Teruggrijpen naar wat ze dachten dat hen beter maakte, en dat nog meer gaan doen. Of ze zoeken naar iets nieuws. Een nieuwe therapeut, een nieuw boek, een nieuwe workshop of opleiding,... Ikzelf zit in deze categorie 'harde werkers'. En het klinkt alsof dit beter is dan de 'opgevers', maar eigenlijk is het enkel meer van hetzelfde. Onder dit alles schuilt een permanente veroordeling van wat was (en eigenlijk nog steeds gewoon is). Een afwijzing van een deel van onszelf. 

Valkuil van een ik in wording

Onszelf beter, goed of zelfs uitstekend willen voelen is niet meer dan normaal. Niemand wil nors of angstig door het leven, niemand wil een relatie waar meer conflict is dan liefdevolle intimiteit, niemand wil zich uitgeput door de dag slepen, niemand wil pijn,... Iedereen zal, op een bewust niveau kiezen voor het ‘beter’ van zijn of haar dromen.

En toch schuilt er een valkuil in dit streven naar beter, wanneer we onszelf en onze emoties blijven evalueren in termen van goed en slecht. Zo zal je met 'ik voel me slecht' nooit refereren naar een gevoel van vreugde of vervulling. Het is iets slechts. Minder van dat slechte, is beter. En zo saboteren we, zonder het goed te beseffen telkens opnieuw onze eigen kans op groei. Op heel-ing. 

Want hoezeer we ook last ervaren van een emotie, de ene is niet beter dan de andere. Vreugde is niet beter of waardevoller dan kwaadheid. Ze 'zijn' gewoon. Emoties vragen niet om geëvalueerd te worden. Daar begrijpen ze zelf werkelijk niets van. Ze vragen om gevoeld te worden. 

Voel je je kwaad? Voel. Voel je je onzeker? Voel. Voel je je triest? Voel. Voel je je niet gezien? Voel. Voel je je moe? Voel. Voel je je geliefd, blij of zelfs euforisch? Voel evenzeer. 

We zitten vaak vast in de grip van sommige van onze eigen emoties, omdat we ermee strijden. Alsof het vijanden zijn, die niet tot ons behoren. Als lichaamsvreemde cellen die verwijderd moeten worden. De tragiek van deze dappere strijd is evenwel dat we uiteindelijk enkel en alleen strijden met onszelf. Elke vijandige relatie wordt gevoed door een zoveelste afwijzing van de tegenpartij. Zo is het ook met ons en onze emoties. Waar we tegen vechten en afwijzen, neemt enkel in macht toe. En wijzelf, wij worden machtelozer.

Strijd voor jezelf

Verlang je ernaar om je minder machteloos te voelen? Om minder verstrengeld te geraken in de grip van je eigen emoties? Stop met strijden tegen. Strijd voor jezelf. Erken elk deeltje van jezelf als het meest waardevolle. Wees jouw eigen liefdevolle ouder, waar je zo vaak en diep naar verlangd hebt. Ver-deel jezelf niet, maar heel jezelf.

En, om het af te leren: het wordt wel degelijk ‘beter’. 




Eva Baert