Geboorte
Vandaag word ik opnieuw geboren. Uit alles wat ik altijd al was. Dat klinkt een beetje vreemd. En eerlijk, zo voelt het ook. Een beetje beangstigend, soms. Want als dit alles er altijd al was, waar was ik dan al die tijd?
En toch voelt het ook juist. Alsof je kennismaakt met die vreemde die jouw naam draagt. In jouw huis woont. Jou onvoorwaardelijk liefheeft. Geen pleisters op wonden, maar vrij van al wat maar bedekken kan.
Vrij van jou. Want die dag dat je stopte met ademen werd ik jouw bondgenoot. Ik hield de mijne in, om me vanaf dan enkel nog te voeden met schuld. Stilzwijgend sloten we een pakt. Dat geen van ons beiden zichzelf zou kiezen boven de ander. Dat jij ik zou zijn, en andersom.
Zo stonden we, been aan been. Samen aan de zijlijn van een leven dat ons toebehoorde, maar niet bij machte waren te betreden. Verbonden in eenzaamheid. Zo dichtbij dat we nauwelijks nog onszelf konden zien. Blind voor wat onvermijdelijk zou gebeuren, maar wel degelijk was voorzien. Want ik kwam – of was het jij? – uiteindelijk grandioos ten val.
Mijn god, wat een adembenemend gezicht.
Vandaag word ik opnieuw geboren. Ik word ik, en jij. Jij wordt jij. Ik laat je niet los, maar ik laat je vrij. Ik laat me vrij. Zodat we beiden mogen ademen. Alle lucht die we elkaar ontnamen. En zo onszelf, on-vrij-willig het leven afnamen.
Vandaag kan ik zeggen: dit ben ik. En wat wil ik – jou nu zo graag, echt leren kennen.